Tekstgrootte
Info voor Verwijzers
Hospice Waddinxveen
In de Regio
ANBI 2014

De Cirkel : 'Er Zijn'

'Er zijn'


De essentie van de werkzaamheden van Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg is: ‘Er zijn’.


Elke stervende en zijn naasten hebben een eigen beleving van de laatste levensfase. En daarin heeft de vrijwilliger en de coördinator direct contact met de cliënt. Begrippen als relatie, betrokkenheid, vertrouwen en erkenning horen bij een goede invulling van ‘Er zijn’.

In de landelijke trainingen leren jaarlijks zo’n 1500 cursisten hoe zij op eigen unieke wijze dat zo goed mogelijk kunnen doen. Omdat het steeds om unieke situaties gaat, kan een vrijwilliger vooral leren van zijn eigen ervaringen. En dat kan door terug te kijken op situaties die niet zo goed verliepen, of juist wel.

Reflectie op hoe 'Er zijn' is ingevuld.

Reflectie is dus de wijze waarop vrijwilligers en ook de andere medewerkers in de organisatie van VPTZ werken aan kwaliteit. Het belang van de cirkel is dat deze reflectie op een systematische wijze gebeurd, dat het gericht is op de essentie van ‘Er zijn’, dat het tot een gemeenschappelijke taal leidt, dat het de unieke kracht van ieder mens tot zijn recht laat komen en dat de hele organisatie ermee werkt. De cirkel is de neerslag van de dertig jaar ervaring die VPTZ heeft in de palliatieve terminale zorg en van recentere inzichten die daarnaast zijn ontwikkeld zoals de Theorie van Presentie, Hostmanship, Beweging van Barmhartigheid, etc.

De beweging van de cirkel

De cirkel beweegt om ‘Er zijn’ heen aan de hand van de persoonlijke ontwikkeling van de competenties in de cirkel. De cirkel gaat langs vijf competenties: authenticiteit, sensitiviteit, afstemming, reflectie en balans zoeken. Competenties is het gangbare taalgebruik als het om opleiden gaat maar liever zouden we deze term vermijden omdat het associaties oproept met gewenst gedrag. En de kracht van mensen schuilt vooral in het kennen en gebruiken van de eigen unieke kwaliteiten. Deze abstracte begrippen zijn goed toe te lichten aan de hand van het volgende verhaal:

Een vrijwilliger over 'Er zijn'

"Al jaren word ik stil van de sfeer bij iemand die afscheid neemt van het leven. Het doet me denken aan het afscheid dat ik van mijn eigen geliefden heb genomen. Het steeds aanwezig zijn in dat moment helpt mij om vertrouwen te hebben in het leven. En door mijn rustige aanwezigheid maak ik het voor anderen een beetje comfortabeler om rustig afscheid te nemen. Althans dat hoop ik (authenticiteit).

Ik herinner me één mijnheer die helemaal niet wilde praten met mij, en met niemand. Hij vond alle mensen om zich heen maar een hoop gedoe. Zijn kinderen kenden hun vader gewoon niet terug. Als ik hem iets vroeg, zei hij alleen maar ‘ja’, ‘nee’ of ‘goed’. Ik voelde me er soms wat onzeker bij als ik hem dan maar weer alleen liet liggen, wat hij graag wilde (sensitiviteit). En zocht mijn plekje om de hoek van de kamer zodat ik het wel kon horen als hij mij nodig kon hebben (afstemming).

Uiteindelijk had ik een nacht toch dicht naast hem gezeten omdat hij onrustig ademde. Af en toe zei ik wat, en humde hij terug. De volgende ochtend vertelde hij zijn kinderen dat hij die nacht met mij zo’n goed gesprek gehad had. Terugkijkend denk ik dat ik het goede voor deze mijnheer heb kunnen doen, hij was er tevreden over (reflectie).

 

Een vrijwilliger aan het woord:

'Voor mezelf merk ik dat het me best onzeker heeft gemaakt om zo stil te zijn, of zelfs om in een hoekje te gaan zitten. Had ik wel genoeg gedaan? Maar kennelijk is het gewoon stil erbij zitten ook genoeg en kan ik me de volgende keer rustiger voelen en weten dat dat ook voldoende is (balans zoeken).'

De cliënt was tevreden en de vrijwilliger ook. Groeien in kwaliteit gebeurt door van alle situaties te leren. De hulpvragen bij het lopen van de cirkel geven inzichten. De vrijwilliger wordt gevraagd of vraagt zich af (reflectie): heb ik mezelf kunnen blijven (authenticiteit), kon ik me leegmaken en zien wat de ander nodig had (sensitiviteit), lukte het om goed over te brengen wat ik bedoelde en om te horen wat de ander bedoelde (afstemming)? Door steeds weer te reflecteren groeit het persoonlijk palet van gedrag, dat de afstemming steeds effectiever maakt. De vrijwilliger maakt de afweging of datgene wat hij heeft geleerd bij hem past (balans zoeken) en zo groeit hij steeds verder (authenticiteit). De cirkel maakt duidelijk hoe iemand vanuit zijn binnenwereld naar de ander stapt en weer terug. Niet in de richting van gewenst of wenselijk gedrag, maar in de richting van gedrag dat optimaal bij die andere persoon past (afstemming). De vragen bij de cirkel helpen om dit voor de persoon zelf te verhelderen.

Dit verklaart ook waarom de cirkel bijdraagt aan organisatieontwikkeling en de ontwikkeling van kwaliteit in verenigingsverband. Juist het afstemmen op elkaar en het komen tot gezamenlijke inzichten stimuleert de verdere ontwikkeling. Het garandeert dat de ontwikkeling in richting en tempo op de verschillende organisatielagen is afgestemd en creëert een gemeenschappelijk kader waarbinnen individuele kwaliteiten tot hun recht kunnen komen. Juist als het door de hele organisatie of zelfs vereniging heen loopt, is het makkelijker om op individueel niveau hier op voort te bouwen. De ervaringen die we inmiddels hebben opgedaan op organisatieniveau, onderstrepen dit.

Om kwaliteit handen en voeten te geven maken wij gebruik van een instrument dat inzichtelijk maakt hoe mensen vanuit hun eigen unieke ik telkens weer kunnen afstemmen op de ander en dus die relatie goed kunnen aangaan. Dit instrument blijkt een grote toegevoegde waarde te hebben, die verder gaat dan de trainingen. Wij gebruiken het instrument om met elkaar intern en bij het geven van de zorg aan anderen, steeds op dezelfde wijze te reflecteren op de essentie van het werk.